PET Scan

P

Op 9 september 2008 mocht ik voor de eerste controle naar Oncologie. Omdat ik nog steeds pijn had, aan de rechterkant onder in mijn buik, had ik een week van te voren naar de poli gebeld en kreeg meteen mijn oncologe te spreken. Zij stelde voor om tijdens mijn consult een echo te maken om te controleren of er misschien iets zat te vervelen. Stelde mij in ieder geval wel gerust. Vooral omdat ik vond dat mijn klachten erg serieus werden genomen. 
Maar ik mocht eerst naar de longarts voor mijn emfyseem. Dat was geconstateerd op de CT-scan die 28 april in het Radboud was gemaakt. En daar zou naar gekeken worden na mijn chemo-kuren. En dat was dus nu. 
De longarts wilde van alles weten. Of ik rookte of had gerookt en zo ja vanaf wanneer en hoeveel peuken per dag. En meer diepzinnige vragen. Ja, ik had gerookt en was sinds december 2004 gestopt en sinds die tijd geen peuk meer aangeraakt. 
Mijn emfyseem kon een paar oorzaken hebben, waarvan de meesten meteen konden worden weggestreept. Bleven over: 
– roken 
– neurofibromatose (NF 1) 
Als het aan het roken lag, zou mijn emfyseem min of meer stabiel blijven en dus niet heel veel erger worden. Ander goed nieuws was dat als het aan NF 1 lag mijn emfyseem progressief zou kunnen zijn en ik dan in het uiterste geval op een transplantatie-lijst terecht zou kunnen komen. Misschien. Waarschijnlijk. Mogelijk. Wellicht. Eventueel. Als het zo ver komt…. 
Daar werd ik in ieder geval niet vrolijk van. Voorstel was om opnieuw een longfunctie/inhoud/capaciteits-test te doen met krachtsinspanning en bloedgaswaarden. De assistente maakt zo een afspraak met u en u krijgt een folder mee over het onderzoek. En inderdaad, er werd door de assistente uitgelegd hoe en wat en dat het onderzoek erg vervelend zou zijn. Vooral het infuus was niet aangenaam. Ik antwoordde daarop dat chemo-kuren ook niet echt prettig waren. Opeens veranderde “erg vervelend” in “peanuts” en dat onderzoek zou eind november plaatsvinden.

Een dag later was het tijd voor mijn oncologe. Na een longfoto op de röntgen en een buisje of 5 bloed mocht ik naar binnen. Mijn longfoto was goed (gelukt), en ook de bloedwaarden die toen al bekend waren zagen er allemaal relatief goed uit. Lichamelijk onderzoek klonk ook goed. En toen de echo. Daarop kon niets vreemds op worden ontdekt. V
“Het zou een klier kunnen zijn, en die zou wel eens kwaadaardig kunnen zijn. Om dat uit te sluiten wordt de CT-scan vervroegd. Die stond al gepland voor 31 oktober, maar die maken we binnen nu en twee weken. En die combineren we dan met een PET-scan” 

Op 18 september 2008 werd ik rond half een verwacht op de afdeling Nucleaire Geneeskunde van Radboudumc. En die afdeling lag in de kelder. Ik had een uur voorbereiding nodig, en de scan zou ook om en nabij een uur duren. 
In de brief stond wat extra informatie over hoe de scan in zijn werk ging, toch maar even doorgelezen van te voren. Ook in de envelop twee tabletjes die ik een dag van te voren rond 6 uur ‘s avonds moest innemen. Dit was een langzaam werkend laxeermiddel want mijn darmpjes moesten zo leeg mogelijk zijn. Ik mocht ’s morgens een licht ontbijtje, 1 snee brood, cracker of beschuit met wat koffie of thee. Het leek wel of ik geopereerd zou worden… 
Ook leuk, ik mocht muziek meenemen. Ik dacht meteen om het Urker mannenkoor te charteren, maar nam toch maar mijn iPod mee. Past iets beter in mijn jas. 
Aangekomen in het ziekenhuis, lift naar beneden richting Nucleaire Geneeskunde. Wel slim om zo’n “gevaarlijke” afdeling in de kelder te stationeren. Gaat het daar mis, dan gaan daar de deuren dicht en gaat in de rest van het ziekenhuis het leven gewoon door. 
Richting de balie waar ik me moest melden kwam ik langs een aantal fel gekleurde muren. Een knal-groene, een oranje… 
Nadat ik me had gemeld moest ik plaatsnemen in de oranje wachtkamer. Vandaar die kleuren. Na een tijdje kwam er een verpleegkundige met een grote beker vloeistof. Ik denken dat het hetzelfde spul was dat je bij een CT-scan te drinken krijgt. Van dat zoete. Beetje stroperig “water”, maar dit scheen gewoon uit de kraan te komen. Mocht ik een half uur over doen. Boekje erbij… Na een half uur mocht ik naar binnen en plaats nemen op een bed. Er moest een infuus worden geprikt. Voor de contrastvloeistof voor de PET-scan. En dat was andere dan die voor een CT of MRI, want daarvan krijg je het heerlijk warm. Net of je een uur of 4 op een heerlijk warm strand hebt gelegen… 
Nee, deze was radio-actief en daarvan kreeg je het koud. Nu was het dus zo, dat dit radio-actieve spul speciaal gemaakt werd, Tita Tovenaar is daar gaan werken, en dat spul was zeer beperkt houdbaar. En met zeer beperkt bedoelde Tita Tovenaar ongeveer 10 minuten. Dan moest het in mijn lichaam zitten. 
Ook hier was er een grote wagen met buisjes, naalden en slangen en werd er werd van alles op mijn bed gelegd. Eerst was er kort overleg tussen de verpleegkundigen of ze een roze, groene of blauwe naald gingen gebruiken. De verpleegkundige had al in mijn digitaal dossier een pop-up schermpje gezien waarin stond dat ik moeilijk te prikken was door mijn chemo-kuren. Er werd unaniem voor een groene naald gekozen.

Ze had al heel vlug door dat het geen makkelijke opgave was en na ook mijn linkerarm en benen (!) te hebben gecontroleerd durfde ze het niet aan. De arts moest er bijkomen en dat moest snel want het radio-actieve spulletje stond op het punt aan te lopen. Het punt van bederf kwam langzaam dichtbij. 
De arts zelf ondernam een poging die resulteerde in een enorme blauwe plek.
Er werd gebeld naar Anesthesie (want die doen niets anders…) of die “even” een infuusje konden prikken. Dat kon. “Stuur meneer maar even langs.” Vroeg meteen waar ik heen moest en of dat heel ver lopen was. 
“Lopen?”, vroeg de verpleegkundige, en ze keek me aan of ik een hele rare opmerking had gemaakt. Zo van, die is rijp voor psychiatrie, even scannen en dan meteen door. 
Gaf aan dat ik kanker heb en geen polio en dat er met mijn benen niets mis was. 
“Nee, we wachten even op mijn collega en dan gaan we met het bed naar Anesthesie. En dat is op de derde verdieping, vlak voor de “Grote OK.” Dat is protocol. U moet op bed vervoerd worden.
Dus richting derde verdieping met bed en 2 verpleegsters het ziekenhuis door op weg naar Anesthesie. Heeft wel zijn voordelen, want echt iedereen gaat aan de kant. Ook de liften zijn meteen leeg. Minuutje of 10 later gearriveerd bij de OK, op de derde verdieping. Op de uitslaapkamerkamer ging de deur open en werden we hartelijk welkom geheten. Ergens achterin was nog plaats voor een bed. Daar aangekomen kwam er een anesthesiste even kijken wat er moest gebeuren. Ze wilde weten of ik rechts- of linkshandig was. 
-“Rechts”… 
Meteen werd met een stuwbandje mijn rechterarm afgebonden. 
“Ik kom over vijf minuten wel even terug”, zei ze lachend. “Houd je arm maar naar beneden en wiebel er maar mee. Je trouwring kan die af?”. Vond ik een rare vraag want die zat aan mijn linker hand, maar ik ben de flauwste niet, dus kleine demonstratie: de ring kan af… 
-“Als mijn hand nu spontaan zwart begint te worden, moet ik je dan even roepen?”, vroeg ik. Vond ze een erg verstandige opmerking, want ze wilde ook mijn linkerarm wel even afbinden. Gratis. En ze wilde nu al een poging wagen. Ze wiebelde wat met mijn vingers, deed een beetje klopperdeklop en had meteen de infuusnaald goed in mijn ader zitten. In mijn hand deze keer, maar hij zat en dat telde. Even controleren met wat spoelvloeistof of ie echt wel goed zat, 10 punten. 


Het ging weer met bed en al richting nucleaire geneeskunde en daar was het spreekuur een beetje ontregeld door mijn schuld. Het spreekuur was gewoon doorgegaan en ik moest nu ingepast worden. Het was inmiddels tegen drieën en eigenlijk zou ik nu ongeveer klaar moeten zijn. Maar ik begon pas. 
De arts was meteen ter plaatse met een of ander doosje/kistje van roestvrij staal met radioactief spul erin wat via het infuus bij mij naar binnen moest. “Daar krijgt U het een beetje koud van”, zei hij. Een beetje, buiten zonder jas als het 15 graden vriest is volgens mij nog warmer. 
“U moet nu een uur zo stil mogelijk blijven liggen. Daarna begint de scan, en die duurt ook ruim een uur en dan doen weer er ook nog een CT-scan achteraan.” Na een uur kwam een laborante me wakker maken (!) en moest ik lopend naar de ruimte waar de PET-scan zich bevond. Daar nam ik plaats op een vrij smalle tafel waaraan een laken bevestigd was. Nadat ik op die tafel lag werd dat laken strak om me heen gedraaid. Kon geen kant op, beetje dwangbuiseffect. Gelukkig had ik mijn oordopjes van de iPod nog in, en die mocht gewoon mee. Geen probleem. Vraagje van een andere laborante of er genoeg muziek op stond en of alles even hard klonk. Want U kunt zich niet bewegen… 
En dat was helemaal waar, ik kon geen kant op, nog niet misschien. Ik had wel eens in een MRI gelegen en dat vond ik al aan de krappe kant, maar dit sloeg werkelijk alles. Links en rechts had ik ongeveer een centimetertje of 5 ruimte. Gelukkig heb ik geen last van claustrofobie, hoewel dit een mooi moment was om zo iets te gaan ontwikkelen. 
Ook hier kwam ze me naar een uur wakker maken. Kwam niet vaak voor dat patiënten spontaan in slaap vielen in een PET-scan. De meesten hadden van te voren toch wel iets kalmerends nodig. 
“U voelde zich zeker op uw gemak?” 
Kon wel plaatsen noemen waar ik liever was, en met wie, maar ik kon me toch ook heel veel dingen voorstellen die vele malen erger zijn dan een uurtje in een PET scan.
Nu moest er nog even een CT-scan gemaakt worden. Heerlijk weer die “normale” contrastvloeistof en rond 17.00 uur was ik klaar. Ruim 2 uur later dan gepland. Na een week volgde de uitslag bij Oncologie. En die was goed. Helemaal niets meer te zien. Mijn remissie hield aan en ik mocht gewoon een maand later terugkomen voor controle. “De eerstvolgende CT-scan doen we over 3 maanden, en dat zal dan in december zijn.”


Vraag bleef dus wel waar die pijn vandaan zou kunnen komen… 

Add comment