Intake

I

Op woensdag 30 april ging ik gepakt en gezakt naar het Radboud. Kleding voor een week, en dat mochten geen pyjama’s zijn, maar gewoon shirtjes en een traingsbroek. Lang of kort. Dat maakte niet uit. Liever geen pyjama’s. “Want anders lijkt het zo op een ziekenhuis.”
Voor zeven dagen leken me 14 poloshirts wel genoeg. Mocht ik dermate veel gaan kotsen, want “ge wit ut nie” kon vrouwlief op zaterdag weer een koffer vol met nieuwe shirts mee nemen. Dus, kort door de bocht, vanaf donderdagochtend tien uur tot zaterdagmiddag uurtje of twee veertien polo’s. Dat zou voldoende moeten zijn. En anders heeft het Radboud wel een hemdje. Denk ik….
Verder ging er een iPod mee, en dan bedoel ik de Classic, en een mobiele telefoon. Waarmee je kon bellen en SMS’en. Let op hè, 2008. Steve Jobbs heeft de eerste iPhone iets meer dan een half jaar geleden aangekondigd. En daarmee kon je ook bellen en sms’en. Met touchscreen…
Een tandenborstel, een Philishave en “Door De Pijngrens” van Lance Armstrong. Toepasselijk leesvoer.

De mobiele telefoon die meeging naar Nijmegen was een Sony Ericsson S500i. Heel modern. Display pastte zich automatisch aan aan dag en nacht. Ook was er verschil in herfst, winter, lente en zomer. Iedereen een “eigen” ringtoon. Maar…ook ging lichtte de zijkant van de telefoon op wanneer je gebeld werd. En ook die verlichting was per persoon aan te passen. Dus in stille modus kon je zien wie er belde. 2008. Mooi man….

Op de verpleegafdeling werd ik van harte welkom geheten, er werd wat bloed afgenomen en ik kwam op een tweepersoons kamer terecht. Daar lag een zieke oudere dame. Zij lag aan anti-biotica want ze had koorts gekregen tussen chemo-kuren in. En dat is gevaarlijk hoorde ik.
Nadat ik mijn spullen en kleding had opgeruimd kwam een verpleegkundige me halen voor een rondje over de afdeling. Informatie over waar ik wat kon vinden, de koffieautomaat als ik vond dat mijn cafeïnespiegel te laag werd en wat meer dingen. Gezellig.
Deze verpleegafdeling was gesplitst in twee delen. Een ‘gewone’ afdeling waar de normale kankerpatiënten lagen en een afdeling waar de paliatiefjes en terminaaltjes lagen. Niet mijn woorden, maar zo werden die patiënten genoemd. Zeg maar de laatste halte. Je kon hier De Dood voelen. Hij was overal aanwezig…..
Godverdomme…dit wilde ik niet. Ik wilde hier niet stijf van de morfine wegkwijnen. Dan maar eerder onder die oude eik. Dat plekje was toch al gereserveerd. Dat kon geregeld worden liet de verpleegkundige weten. “Mooi dat u dat meteen vast wil laten leggen. Regel dat met de oncoloog.”

“Kom,” zei. “Dan ga ik u nu vertellen wat we gaan doen de komende week. En wat er allemaal kan gaan gebeuren.”
We gingen een onderzoekskamertje binnen. Daar stond een bureau een paar stoelen en er was koffie. Belangrijk.
“Morgenochtend om 10:00 uur precies beginnen we. U krijgt tot half één in de middag een zoutoplossing via het infuus. Rond die tijd krijgt u preventief anti-emetica. Dat helpt bij misselijkheid die u zou kunnen kan krijgen van de chemo. Rond 13 uur krijgt u de eerste zak chemo en om een uur of 2 de tweede. Die loopt dan door tot een uur of 6 in de avond en daarna krijgt u weer zoutoplossing. Tot morgenmiddag en dan beginnen we weer opnieuw.
U gaat kaal worden, misselijk, duizelig, kaal…”
En heel veel andere dingen noemde ze. Je zou er bang van worden. Alleen kaal had ze vier keer gezegd. “Dat weet ik zeker,” zei ze. “Kaal.” Bladerend door mijn dossier zei ze: “Ik zie dat u volgende maand 43 wordt. Als u dat maar haalt.”

Ik zie dat u volgende maand 43 wordt. Als u dat maar haalt.

Een beetje vroeg in de avond werd het infuus aangelegd. “Dan hoeft dat morgenvroeg niet,” zei ze. “Dan kunt u morgenochtend gewoon douchen, want de komende week wordt dat lastiger. Want de infuuspaal moet mee. Die volgt u. De hele week. U mag ook aan de wandel, behalve tussen een uur of 1 tot een uur of 6 ‘s middags. Als u aan chemo “ligt” mag u niet van de afdeling af. Dat is de belangrijkste regel waar u zich aan moet houden. En als u de afdeling verlaat willen we dat graag weten.”
Ondertussen had ik ook gezorgd dat ik beeld had op de tv die boven mijn bed hing. Dat moest betaald worden. De rekening kwam later. Afmelden moest ik doen op de dag van ontslag. Niet vergeten.

“Ik ben gisteren iets heel belangrijks vergeten te vertellen” zei mijn oncoloog. “U heeft het recht om uw sperma in te laten vriezen. En u mag ook een siliconen zaadbal laten plaatsen. Dit om eventuele psychische problemen te voorkomen.”

Maar mijn sperma invriezen? WTF. “Dokter, u hoeft mijn sperma niet in te vriezen. Mijn jongste dochter is 17. Ik heb geen behoefte meer aan een baby.”
– “Ja, maar, zei ze “stel dat uw huwelijk nu op de klippen loopt door deze ellende. Dat kan, en dat zien wij vaak gebeuren en de kwaliteit van uw sperma gaat er door chemo flink op achteruit..”
Ze wilde nog meer uitleggen maar ik onderbrak haar. “Ik snap het. Stel dat we gaan scheiden. Ik ben nu bijna 43. Dan begin ik over een jaar of 2 misschien aan een nieuwe relatie. Dan ben ik 45. En deze mevrouw, die ik nog moet ontmoeten, heeft zeer waarschijnlijk ook kinderen. En die zijn zeker een heel stuk jonger dan mijn kinderen. Want ik was erg jong toen ik vader werd. Laten we ervanuit gaan dat mijn nieuwe relatie goed blijft gaan en dat we na een jaar of 3 besluiten om samen te gaan wonen. Dan ben ik 48. Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om dan nog aan een kindje te beginnen. Bovendien is zij dan ook midden 40 en dat is geen gezonde leeftijd om zwanger te raken. De kans dat ik tegen een 22 jarige blondine aanloop, waar ik de vader van kon zijn, is nog lager dan nihil.” En daarmee had ik al haar argumenten van tafel geveegd.
“Oh, en de door u aangeboden aangeboden siliconenbal hoef ik niet. Ik doe niet aan ballet waarbij het misschien op zou kunnen vallen dat ik niet meer compleet ben. Bovendien, wat als dat ding gaat lekken over een jaar of wat? Nee, dank u wel.”


By Ton Jacobs