Bloedafname

B

De uroloog kwam terug met wat formuliertjes die ik her en der af moest geven. Normaal hoeft de patiënt dat niet zelf te doen, maar mijn opname en operatie was morgen al.
“Ik zie u morgen,” zei hij. Ik gaf hem een hand en wenste hem een prettige dag. Vrouwlief deed hetzelfde en vroeg of ze met mee mee moest naar de diverse afdelingen. “Want anders ga ik terug naar kantoor,” zei ze. “Het is druk.”
“Je hoeft je niet mee, dit kan ik alleen,” zei ik.
“Natuurlijk ga ik morgen ga ik wel met je mee als je straks belt hoe laat je wordt verwacht,” zei ze.

Top.

Ik begon bij het loket “Opname.” Mijn gegevens werden ingevoerd danwel aangevuld in het systeem en ze zei: “Morgenmiddag om 13.30 uur wordt u verwacht op afdeling 2A. Vanaf de hoofdingang volgt u de borden “Kortverblijfafdeling” naar de tweede verdieping en daar de borden “Dagopname.” En daar meldt u zich aan de balie. Succes.”

Darna ging ik naar Radiologie, want er moest een CT scan gemaakt worden. “U wordt vandaag of uiterlijk morgen gebeld. Begin komende week verwachten wij u”.
De volgende halte was Anasthesiologie. Ook daar moest wat geregeld worden en werd mijn bloeddruk en hartslag gemeten, mijn medicijngebruik genoteerd en werden er wat globale vragen gesteld over mijn gezondheid en of ik in het verleden problemen had gehad met narcose. Volgens mij niet, maar mijn laatste narcose was ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw…
Ook moest ik even op de weegschaal. Daar bleek dat ik wat te klein was voor mijn gewicht. Niet rampzalig of levensbedreigend. Maar toch. Te zwaar. En wat dat levensbedreigend betreft…ik heb kanker. De verdoving ging via een ruggenprik en ik zou een licht roesje krijgen als ik dat wilde. “Of u blijft kennis.”
“Doet u mij maar een roesje als dat in het pakket zit.”

Mijn laatste formuliertje was voor het laboratorium. Bloedafname. Er waren heel veel hokjes zwart gemaakt. Er waren meer hokjes zwart dan wit. Compleet bloedbeeld. Tumormarkers en wat extra, want we zijn toch bezig. Dat formuliertje voor bloedafname lag eigenlijk bovenop, maar dat had ik naar beneden gepromoveerd. Ik was panisch voor naalden. Dat ik morgen geopereerd ging worden en dat ze dan hoogstwaarschijnlijk ook iets met naalden gingen doen als in verdoving en infuus interesseerde me geen ruk. Maar nu, bloedafname…ik scheet zeven kleuren stront. Bang. Factor 12. Keer 10.

Als zeven jarige werd ik na de zomervakantie aan het Gardameer thuis ziek. Maar dan ook echt ziek. Dik 41 graden koorts. Overgeven, diami. En dat is een hele toon hoger dan diarree. Als ik water dronk kwam er dat weer meteen uit. Dit was een van de weinige keren dat mijn moeder echt bezorgd was. Huisarts gebeld. Maar in verband met vakantie kwam er een plaatsvervanger. Daar staat me helemaal niets van bij, maar volgens de overlevering was het type hippie. Maar hippie of niet, hij zag dat ik echt ziek was en bracht me in zijn eigen auto naar het ziekenhuis.
Daar heb ik een week of 3 geïsoleerd gelegen. Alleen artsen en verpleegkundigen mochten bij me. Dat waren hele moeilijke woorden dus werden het dokters en zusters. En die kwamen een paar keer per dag kijken hoe het ding. En hadden iedere keer naalden bij zich. Voor bloed, voor lymfevocht, voor bloed uit mijn arm, vingers. benen. Drie keer een lumbaalpunctie. En bloed…

diami. En dat is een hele toon hoger dan diarree.

Ik trof een vrij jonge verpleegkundige en zij zag dat ik bang was. Ze vroeg, kijkend op het formulier waarop nogal wat hokjes waren gekleurd: “Hoe lang weet u het al?”
“Eh…half uurtje,” zei ik. “Maar ik ben banger voor jou dan voor wat jij bedoelt.” En ik legde uit wat er vroeger gebeurd was.
“Het stelt helemaal niets voor,” zei ze. “Het doet zelfs geen zeer. Terwijl ze het prikformulier omhooghield zei ze: “Dit wordt vele malen erger dan dat prikje wat u zo krijgt van me.” Ik zei dat ik morgen al geopereerd zou worden en er komende week een CT scan ging worden. De jonge verpleegkundige was erg meelevend en had intussen al 8 buisjes bloed vol. “Ziet u wel. U hoeft hier niet bang voor te zijn.” Deze lieve jongedame had me bijna van mijn jarenlang trauma afgeholpen. Waarom? Geen idee. Misschien omdat ze luisterde.
Ze wenste me heel veel sterkte en ik mocht een kleurplaat uitzoeken….
Ik ben haar eeuwig dankbaar. Want na vandaag zou ik nog vele malen “aangeprikt” worden.

Bring it on.

By Ton Jacobs