Operatie

O

Na een slapeloze nacht en een ochtend die maar niet voorbij wilde gaan was het tijd om naar het ziekenhuis te vertrekken. Vervoer geregeld, want zelf heb ik geen auto, en na een operatie mocht ik zelf niet rijden of alleen naar huis gaan. Vrouwlief is die ochtend gewoon gaan werken omdat het enorm druk was in the office en ze liep over van de stress. Afleiding is dan goed. Wij zouden elkaar treffen in de centrale hal van het ziekenhuis en van daaruit naar de Kortverblijfafdeling op de tweede verdieping lopen.

Nadat we ons daar hadden gemeld kreeg ik een kamer en een bed toegewezen, moest ik met uitkleden en kreeg ik een operatiehemd aan. Het was me, tijdens het douchen eerder die ochtend al opgevallen, dat mijn rechter zaadbal nog groter was dan gisteren toen ik me bij de uroloog meldde. Ook de verpleegkundige schrok, maar durfde niets te zeggen. Ik kreeg twee pilletjes. Een wit en een geel tabletje. Een pijnstiller preventief, en iets van een kalmerend middel. Zodat ik lekker ontspannen de OK op zou gaan.

Na een tijdje werd ik opgehaald en naar de pré-ok gereden waar de verdoving toegediend zou worden en er een infuus aangelegd ging worden. Nadat de anesthesist vroeg wie ik was keek hij naar mijn scrotum en zei: “Ik hoef niet te vragen waarvoor u komt. Doen we normaal wel hoor. Linkerbeen, rechterbeen, maar dit is duidelijk. Doet het zeer? Mag ik wat collega’s roepen, want zoiets hebben ze echt nog nooit gezien.”
” U roept maar,” zei ik en binnen de korste keren werd het heel druk rondom mijn bed. Een aantal, vooral, vrouwelijke verpleegkundigen willen zelfs voelen. “Als je belooft niets tegen mijn vrouw te zeggen vind ik het goed.”
Schijnbaar had ik iets aparts. Dat het geen pijn deed was ook niet voor te stellen. Tijdens alle aandacht was het infuus aangelegd, onderlichaam verdoofd en was ik klaar om de OK opgereden te worden. Daar kon ik nog een thumbs up doen met de uroloog, kreeg ik een kapje over mijn neus en mond met Helmondse lucht en toen deed iemand het licht uit.

“Wiggle your big toe.”

Voor mijn gevoel kwam ik meteen bij op de uitslaapkamer. In werkelijkheid waren we een uur of drie verder. Geen hoofdpijn, niet suf. De verpleegkundige zag dat ik wakker was en vroeg of ik mijn grote teen kon bewegen. “Natuurlijk kan ik dat,” zei ik en bewoog mijn grote teen. Dacht ik. Maar er gebeurde niets. Ik voelde me net Uma Thurman in “Kill Bill vol 1.”
“Wiggle your big toe.” Dat duurde een uurtje en toen kwam het gevoel weer terug in mijn onderlichaam. Daarop mocht ik terug naar zaal en kreeg te horen dat, wanneer ik naar het toilet was geweest, ik naar huis mocht. Dat duurde nog een uurtje. Lopen ging wat zwalkend, alsof ik een fles wijn of drie leeg had maar ik mocht naar huis. Vrouwlief had ondertussen bericht ontvangen van poli Radiologie. “De CT-scan is dinsdagmiddag. 1 april.”

Add comment