Uitslag CT Scan

U

Op 8 juli was ik klaar met chemo. De naald van het infuus werd om een uur of 10 ’s ochtends uit mijn linkerarm verwijderd, ik kreeg drie afspraken mee en ik mocht naar huis..
Ik had drie afspraken in het vooruitzicht. Na twee weken mijn gewone controle-afspraak op de polikliniek voor wat lichamelijk onderzoek en een buisje of wat bloed. Een afspraak voor een abdomen/thorax CT-scan met contrastvloeistof en een afspraak om de uitslag van die CT-scan te bespreken. Die laatste afspraak zou op 8 augustus plaats vinden… 08-08-08 een mooie datum, voor een (misschien) nog mooiere uitslag. 

In de tussentijd ging het niet echt goed met me. Ik was letterlijk helemaal opgebrand, ontzettend moe, en dat is een understatement. Even naar het winkelcentrum, dat is hier ongeveer 400 meter vandaan, een ramp. Omdat het midden juli was verkocht Blokker tuinstellen. Die dingen stonden buiten het winkelpand en daar was ik heel blij mee. Kon ik even uitrusten als ik in het winkelcentrum gearriveerd was. Normaal liep ik daar binnen 5 minuten naar toe, nu 15 minuten en dan kon ik bij elkaar geveegd worden… 
Ik had de opdracht meegekregen om te blijven bewegen en iedere dag mijn grens op te zoeken. Stil blijven zitten was geen optie. Dat is niet goed voor je, Ton, werd er nadrukkelijk tegen me gezegd. Diverse artsen mocht ik (en andere patiënten ook) bij de voornaam noemen, dus mochten zij dat bij mij ook. 
Iedere dag liep ik “even” naar de supermarkt, of bijvoorbeeld naar de Kruidvat (het Kruidvat). ’s Middags moest ik echt een uurtje plat, want anders haalde ik 8 uur ’s avonds niet. Ongelofelijk wat chemo-therapie met je “gezonde” cellen doet. 

Na een week of twee moest ik op controle komen in Nijmegen. Dat hield niet meer in dan een buisje of 5 bloed en wat lichamelijk onderzoek. En mijn gewicht was belangrijk. Dat moest een beetje constant blijven (plus of min 2 kilo). Volgende afspraak op de planning. 31 juli. CT scan.

Ik moest me melden op de röntgenafdeling, op de tweede verdieping. Ik had een uur voorbereiding nodig. Dat hield in dat je een flinke beker vloeistof naar binnen moest werken. Smaakte een beetje zoet en voelde iets stroperig aan. Ook mocht ik niet meer naar het toilet, een half uur voor aanvang van de CT-scan. En die CT-scan zou met contrastvloeistof gemaakt worden en dat zou intraveneus worden toegediend. 
Een radiodiagnostisch assistente probeerde het infuus aan te leggen, wat twee keer mislukte. Twee enorme blauwe plekken op mijn rechterarm waren het gevolg… 
Aangezien deze assistente ook maar twee pogingen had, en die had ze alle twee verbruikt, moest de arts er zelf bij komen. De radioloog himself. Die controleerde met veel bravoure mijn linkerarm. Zo moeilijk is dat toch niet, een klein infuusnaaldje die ader inrammen? Blijkbaar wel, want zijn eerste poging mislukte, weer een nieuw spuitgat in mijn arm. De blauwe plek erom zag je groter worden. Opeens kreeg hij een brainwave en zag in mijn linkerhand een mogelijkheid om daar een infuusnaald in te jassen. Helaas voor mij, ook dit mislukte, waarop de radioloog mij vertelde dat er nu een anesthesist bij moest komen. 
Ik vroeg aan hem of die het wel kon. Vind ik in deze situatie, met 4 spuitgaten en even zoveel blauwe plekken een hele normale vraag, toch? En een infuus aanleggen voelt niet echt prettig aan. 
-“Die doet niets anders” 
Hallo, dat vroeg ik niet. “Kan die anesthesist het wel?”
En weer kreeg ik hetzelfde antwoord: “Die doet niets anders…” 

Er werd even door de arts heen en weer gebeld en het bleek dat het op afdeling Anesthesie heel erg druk was, dat was geen optie. Er werd naar de “grote” uitslaapkamer gebeld, ook daar druk, druk, druk. Opeens kreeg de radioloog het lumineuze idee om Oncologie te bellen en daar het probleem neer te leggen. Na een kort gesprek bleek dat de CT-scan ook zonder contrastvloeistof mocht. No problemo. Lastig, maar het stond wel stoer, al die blauwe plekken. 
De CT-scan was in no-time gemaakt en ik mocht naar huis om thuis lekker een weekje te nagelbijten, slecht te slapen, in onrust te zitten en meer.

In de tussentijd was er iets raars aan de hand. Ik had pijn, en dat had ik sinds mijn diagnose in maart nog helemaal niet gehad. Wel op plaatsen waar ze een infuus hadden proberen in te brengen en zo, en op de plaats waar ze de incisie gemaakt hadden, maar nu had ik pijn. Rechterkant in mijn buik, centimetertje of 5 boven het litteken van de operatie. Nu was die pijn niet zo erg dat ik daar een paracetamolletje voor nodig had, maar toch. Het was gevoelig en ik vond het verontrustend want kanker en pijn…dat is niet goed. 

Na een hele spannende week, waarin allerlei scenario’s voorbijkwamen werd het toch 8 augustus. En zaten we bij de oncologe in haar kamer.
Op de vraag hoe het nu ging, antwoordde ik dat ik pijn had. Dat werd meteen onderzocht, door op de plek te duwen, te kneden en te kloppen. Ook werd er geluisterd, alles voelde en klonk “normaal”. Waar de pijn vandaan kwam wist mijn oncologe niet. Ze had wel door dat ik pijn had, omdat ik in elkaar dook toen ze de plek aanraakte bij het onderzoekje dat ze had verricht. Maar we kwamen voor de uitslag, dat was prioriteit. Dat pijncentrumpje rechts in mijn buik was bijzaak. 

Alle uitzaaiingen in mijn longen, nieren en bij mijn aorta waren verdwenen. Alleen zat er in mijn buik nog een klier waarvan Radiologie en Oncologie niet kon zeggen of het goed- of kwaadaardig was. Konden ze ook niet zien aan waarden in mijn bloed, omdat mijn tumor-markers, hematocriet en meer van die scrabble-woorden nog te hoog waren. Of de die klier zo aan het klieren was dat ik daarom pijn had was volgens de arts niet mogelijk. De klier zat een beetje verder van de plek af waar ik pijn had. En om dat ding er nu uit te halen was geen optie. Dat zou dermate schade veroorzaken dat ik misschien wel aan een stoma moest. Behalve natuurlijk als het toch kwaadaardig zou zijn. 

Ik hoorde nu voor het eerst dat mijn eenjaarsprognose op 7% lag.


Op de scan van 28 april was mijn binnenkant een sneeuwlandschap. Alles was wit, en dat waren allemaal uitzaaiingen wist de oncologe. Vandaar dat ik die scan nooit gezien heb, want dan was de moed al lang in mijn schoenen gezakt. Ik hoorde nu dat mijn eenjaarsprognose op 7% lag. Zeven hele procenten om die hoerige tyfuskanker te overleven.
Ik zou vanaf nu heel erg goed gemonitord worden. “U komt voorlopig iedere maand terug voor longfoto’s, bloedbeeld en onderzoek. Want de kans dat de kanker terugkomt is erg hoog. En zeker de eerste 24 maanden. Oh ja, en we maken ook iedere drie maanden een nieuwe CT–scan van buik en longen. De eerstvolgende staat al gepland. Op 31 oktober. En in 2013, in augustus dan bent u genezen.” 
– “U had net iets over terugkomen van die kanker. En dat de kans hoog is? Hoe hoog is hoog?”
“Meer dan 80%…” 

Add comment