Thuis

T

Het was dinsdag, ik had mijn rolkoffer ingepakt en grote tas met medicatie opgehaald bij de apotheek en een taxi gebeld. Betaald door de zorgverzekering. Voorlopig had ik hier recht op. In ieder geval tot al de chemokuren voorbij waren.
Thuisgekomen vertelde mijn vrouw dat er injecties waren bezorgd. “Die komen via Oncologie,” zei ze. En die wordt vanavond gezet door iemand van thuiszorg.”
“Oh, het mag wat kosten, ” zei ik. “Klopt,” zei vrouwlief. “Zo’n injectie kost 1550 euro. En ik heb er vier. Eentje voor na elke chemokuur. Heeft iets te maken met weerstand en aanmaak van witte bloedcellen.”
“Oh, zeg maar EPO”, zei ik lachend.
De meds die ik mee had gekregen waren preventief tegen misselijkheid. Ik had ook pilletjes voor als ik misselijk was, als ik moest braken, als ik bleef overgeven en zetpillen als het helemaal niet meer ging.

Ik voelde me eigenlijk best wel goed. Ik had niet het idee dat ik levensbedreigend ziek was. Ik was alleen erg moe. Bijwerking van de chemo. Dat zou wel bijtrekken nu ik twee weken thuis was. Met één controle donderdag over een week. Er gebeurde geen rare dingen, ons “normale” leven herpakte zich en vrouwlief ging na een dag of wat weer aan het werk. In overleg met mij.

Na een dag of 9 ging ik op controle in het Radboud, taxi geregeld en hop naar Nijmegen. Daar werd bloed afgenomen en de meeste uitslagen waren al bekend toen een andere oncologe me binnen riep. Vooral de witte bloedcellen bleken erg interessant te zijn. Voor mijn immuunsysteem. “De telling van uw witte bloedcellen is 32.” Ik keek haar vragend aan en wilde eigenlijk vragen hoe lang ik nog had. “Normaal ligt dat tussen 4 en 10,” zei ze. “Dit is heel mooi. Dat betekent dat de injectie die u heeft gekregen werkt. De rest van uw bloedwaarden zien er ook goed uit.”
Ze had nog een verrassing voor me. “Weet u nog, die CBCT foto van vorige week?” Ik knikte van ja. “Uw vergroeiing in uw kaakbot is geen kanker, maar heeft zo goed als zeker te maken met uw neurofibromatose. De kaakchirurg vindt u een heel erg interessant geval en heeft al aangeboden om het helemaal te reconstrueren mocht u dat willen. Hij wil u trouwens toch zien want u heeft een ontsteking bij een van uw tanden. En die moet er uit. U wordt om 14:45 uur verwacht,” zei ze. “Ik denk na over die reconstructie,” zei ik. “Het is me nog nooit opgevallen, dus ik denk dat ik die skip.”

Dus in plaats van naar huis moest er ook nog even een tand worden getrokken. En dat ging een beetje anders als ik gewend was. Hier werkten ze met veel groene doeken, waaronder ik verstopt werd. Stuk of drie verdovingen. Even wachten. Klein beetje wrikken met een tang, twee hechtingen en klaar. Naar huis met een stijf gezicht en wat pijnstillers just in case.

Op zondag was het feest, mijn dochter was jarig, ze werd 17. En er gebeurde nog iets. Iets dramatisch. Ik merkte al een week dat ik me niet meer hoefde te scheren. En als ik al baardgroei voelde was dat een soort dons, dat ik er met een handdoek af kon wrijven. Ik sta onder de douche en het was alsof ik heel veel stemmetjes hoorde..”Wij zijn moe…” En opeens lagen al mijn haren in het putje. ALLE haren. Ik schrok me de tyfus. Dat ik kaal zou worden had ze beloofd een dikke twee weken geleden. Vier keer zelfs. Maar ik had verwacht dat het geleidelijk zou gaan. Plukje hier, plukje daar. Haren op het kussen en dan komt mijn vrouw met een tondeuse om de rest eraf te halen. Hoefde niet. Ik spoelde alle haren weg, maakte het doucheputje schoon, kleedde me aan en ging naar beneden en ik zeg tegen mijn vrouw: “Waarom heb je jouw ontharingscreme in mijn Axe gegoten?” Gelukkig wist ze dat ik een grapje maakte, maar ze schrok ook. Ik was helemaal kaal. Een beetje baby heeft meer haren dan dat ik toen had. Nadeel, nu zag ook de buitenwereld dat ik ziek was. Want ik was niet alleen mijn haren kwijt, maar ik had opeens ook een grijs/groen/gele kleur.

Add comment

By Ton Jacobs