Pathologie

P

De punctie bij Radiologie was mislukt. Dat is misschien een te groot woord, maar er was in ieder geval te weinig weefsel om te bepalen of mijn knikker goedaardig was of niet. Er was wel weefsel afgenomen uit de tumor, want dat had de radioloog met de echo kunnen zien. En ik ook, trouwens. Ik had gezien op de monitor hoe de naald in mijn wang in het midden van de knobbel werd geparkeerd en daar heen en weer werd bewogen. Ik had het ook gevoeld, maar dan niet op de monitor. Ondertussen was er weefsel afgenomen dat naar Pathologie werd gebracht. En daar konden ze er dus niets mee, of weinig. 
Mijn Oncologe stelde voor om opnieuw een punctie te doen, maar dan deze keer op afdeling Pathologie zelf. Er kon dan meteen bepaald worden of en hoeveel weefsel er was en of er opnieuw een punctie gemaakt moest worden. Een en ander stelde me niet gerust. 
Ten eerste had ik nog geen zekerheid of dat ding goedaardig was, ten tweede de punctie zelf. Nu wist ik wat het inhield, en achteraf valt het altijd mee, maar ik moest er toch maar weer even doorheen, en ten derde: afdeling Pathologie. Ik kreeg daar een hele rare smaak van in mijn mond. Ik moest denken aan CSI (Las Vegas, Miami of New York). Op afdeling Pathologie lag ik op een stalen tafel met een labeltje aan mijn grote teen. Op afdeling Pathologie kom je alleen als de dood bent, of erger. Het stelde me niet gerust. 
Deze keer geen foldertje met enge verhalen, alleen een telefonische afspraak met tijd en plaats. 

Aangekomen op afdeling Pathologie kreeg ik in de gaten dat er hier heel erg weinig (levende) patiënten kwamen, er was namelijk geen balie, of een “hier melden” bordje of bel. Maar mijn aanwezigheid was opgemerkt want een leuke assistente heette me hartelijk welkom en ik mocht met haar een behandelkamer binnen. Geen ijzeren tafel, maar een kast, een bureau met twee stoelen en een bed. En een kar met naalden, gaasjes, pleisters en meer van dat spul. 
Na een korte intake over wat ik kwam doen, wat er was gebeurd en zo werd er al een en ander klaar gezet en wilde ze ook een keer in mijn knobbeltje voelen en knijpen. Het voelde vreemd vond ze. 
Na een tijdje kwam de assistent-pathologe binnen en na geknepen en gevoeld te hebben was er ook hier overleg over de kleur van de naald. En deze keer weer een oranje die op een nog enger uitziend instrument werd geplaatst dan een week of twee eerder op Radiologie. Van de assistent-pathologe mocht ik gewoon in de stoel blijven zitten en moest mijn hoofd een beetje scheef houden. Het kon een beetje zeer doen, wist ze te vertellen. Beetje een understatement. De prik zelf valt mee, maar dat heen en weer gewiebel deed toch echt wel meer zeer dan een beetje. Ze dacht voldoende weefsel te hebben waarop de assistente de spuit overnam van de pathologe, wat van het weefsel op een glaasje plaatste, een beetje vloeistof erover en een ander dun glaasje erop en allebei de dames verdwenen richting lab.
Na een minuut of 10 kwamen ze beiden terug met slecht nieuws. Er was wel voldoende weefsel, maar mevrouw had misgeprikt. Ze had achter de knobbel geprikt in plaats van erin. Dus met het afgenomen weefsel kon ze niets. Dat waren normale huidcellen. Gelukkig oogden normaal. Ongelukkig, een nieuwe punctie. 
Deze keer mocht ik plaats nemen op bed, dan kon ik lekker ontspannen gaan liggen. Ondertussen had de assistente van de assistente al het gereedschap weer klaargelegd en opnieuw werd er een punctie gemaakt die meer pijn deed dan de vorige. Het weefsel werd weer gefixeerd op een glaasje om onder een microscoop bekeken te worden. Slecht nieuws, er zat bloed in het preparaat en dat scheen niet goed te zijn. De assistent-pathologe ging in conclaaf met de Patholoog zelf en ik mocht lekker blijven liggen. Na 20 minuten werd ik wakker gemaakt door de Patholoog en verassing…weer een dame. Zij maakte excuus en stelde voor om de derde punctie met behulp van een echo te doen, zodat zeker kon worden bepaald dat er op de goede plaats weefsel werd afgenomen. “Echo-geleid” heette dat. Maar dat kon niet nu, daar moest een nieuwe afspraak voor gemaakt worden. Want op Pathologie hebben we geen echo. Wij snijden meteen… 
Ik gaf aan dat dat twee weken terug ook al gebeurd was bij de collega’s van Radiologie en dat het toen ook min of meer fout was gegaan. Inmiddels was de assistente van de assistente ook weer teruggekomen en ook de assistente zelf stond weer in de behandelkamer. Ook hier gold de gouden regel dat er maar twee keer (mis)geprikt mocht worden. Dezelfde regel dan bij het aanleggen van een infuus of iets simpels als bloedafname. 
De Pathologe vroeg of zij het ook een keer blind mocht proberen. Daarmee bedoelde ze, zonder echo-geleiding. Ik gaf meteen aan waarom het al twee keer fout gegaan was. Verbaasde gezichten alom. 
“Jullie hebben bij de vorige keren de lamp niet uitgedaan. Het was te licht in de kamer. In het donker kun je echt blind prikken…” 
Dit konden ze alle drie wel waarderen. En weer vonden ze dat eigenlijk iedereen zo zou moeten reageren. Maar ik ben niet iedereen. Natuurlijk is dat vervelend, maar het is helaas niet anders. 
Weer werd er van alles klaar gelegd en ik mocht zelfs het handje vasthouden van de assistente van de assistente.

Ik merkte dat deze Pathologe weinig levende mensen op haar tafel had gehad. Want het voelde alsof mijn rechterkaak tegen mijn linkerkaak werd geduwd, en het was maar goed dat ik niet de hand van het meiske vast had gehouden. Want dan had ze meteen naar de gipskamer gemoeten. Dit deed echt gemeen zeer. Toch wel 8 op een schaal van 1 tot 10. En ik ben ondertussen toch wel een en ander gewend. Ondertussen was mijn afspraak voor een longfoto op de Röntgen al voorbij en zou ik al bijna aan de beurt zijn op Oncologie. Ik hoefde deze keer geen pleister, ik kon precies aanwijzen waar de punctie(s) waren gezet. Deze keer had het echt pijn gedaan. 
Bij de Röntgen kon ik meteen doorlopen en ook bij Onco was ik meteen aan de beurt, uiteraard na een donatie van ongeveer 500cc… Daar was alles goed, de bloeduitslagen werden voor zover bekend goedgekeurd en ook de longfoto zag er netjes uit. Er vond telefonisch overleg plaats tussen Pathologie en Oncologie of er al iets bekend was. Niet dus. Wel scheen er voldoende weefsel te zijn om te bepalen wat er nu in mijn wang zat. Maar dat zou ik pas op 28 mei definitief weten. Pathologie ging allerlei testjes doen. 

De volgende dag had ik een enorme pijn aan mijn rechter onderkaak. Waarschijnlijk het gevolg van de puncties. Ook begon het een vaalblauwe kleur te krijgen. Dat vaalblauwe werd de komende dagen iets minder vaal. Het werd weer Grote Buffel Die Hard Tegen De Muur Gelopen Is, maar dan heel hard deze keer. Behalve alle kleurtjes deed het deze keer ook zeer. Gevoelig met eten, praten en meer. Niet echt prettig, maar tegen de tijd dat ik weer naar Oncologie mocht was alles bij getrokken en mooi opgedroogd. Je zag er niets meer van. 
De longfoto, bloedbeeld en de rest werden weer allemaal goedgekeurd, maar daar kwam ik eigenlijk niet voor. Belangrijker vond ik wat CSI: Radboud van mijn knobbel had kunnen maken. En dat was helemaal niets… Ze wisten het niet. Wel wat het niet was; geen ontstoken speekselklier, geen ontstoken lymfeklier en nog meer was het niet. Maar wat het wel was kon niet met zekerheid gezegd worden. Ook was er geen zekerheid of het kwaadaardig was of niet. 
Mijn oncologe had twee opties: 

Optie 1: We laten hem zitten en kijken wat er gaat gebeuren 
Optie 2: We halen hem er nu uit. 

Ik ging voor Optie 2. Dus haal hem er nu maar uit. Dat nu was betrekkelijk, want er moest eerst gekeken worden welke arts of specialist daarvoor in aanmerking kwam. Gezwel bij mijn kaak, wat dacht u van de kaakchirurg? Dat vond ze een wel een goed idee en na wat getelefoneer kon ik daar vrij snel terecht.

Add comment