More…fine

M

Het was donderdagmorgen en na het ontbijt mocht de zuurstof eraf, en het infuus werd verwijderd. Nog twee. Een epiduraal infuus en een katheter.
Later die ochtend kwam het beloofde bezoek van de pijnpoli. Een heel vriendelijke jongedame, met ravenzwart haar en een bleek uiterlijk. Of ze zag er altijd zo uit, òf ze het de avond ervoor een gothicfeestje gehad. Ze had een klein rolkoffertje bij zich.
“Heeft u pijn?”, vroeg ze.
– “Ik heb geen pijn”, antwoordde ik.
“Geeft u eens een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn is en 10 staat dan voor niet uit te houden.”
– “Ik vertel net dat ik geen pijn heb. Dus wordt het nul. En dat komt waarschijnlijk door de morfine.”
Aan haar uitdrukking kon ik zien dat ze het niet leuk vond. Dat ik geen pijn had.

Het rolkoffertje ging open en daar haalde ze een soort van satéprikker uit waarmee ze op de linkerkant van mijn borstkas begon te prikken. “Voelt u dit?”, vroeg ze. Ik antwoordde bevestigend. Hetzelfde deed ze ook op de rechterkant en dat was gevoelloos. Ik voelde daar helemaal niets. Ook als ik mijn ogen dicht deed kon ik niet voelen wat ze aan het doen was. Ging ze naar links begon het “zeer” te doen.
“Mooi”, zei ze.
“Vanmiddag rond een uur of vier, vijf komen we terug. We gaan er dan het epiduraal infuus uithalen. Dat doet geen pijn, Het voelt misschien wat vervelend en u hoort misschien een “pok” omdat de naald tussen uw wervel zit. Ik ga nu een receptje klaarleggen bij de verpleging, Dat u zelf om morfine kunt vragen. Want later vanavond krijgt u pijn. Dat weet ik zeker.”
Aardig meiske. Ik mag het niet zeggen, maar ze was daar op haar plaats. Op de pijnpoli.

Later die middag stonden er twee verpleegkundigen aan mijn bed. Van inderdaad…de pijnpoli. “We komen het epiduraaltje verwijderen,” zei ze.
“Gaat u maar op uw linkerzij liggen.” Ik voelde dat de pleisters werden verwijderd en heel ver weg voelde ik ook alsof er een hele lange pin uit mijn lichaam werd gehaald. Dat was gewoon een flinke infuusnaald, maar ook hier werd dat heel voorzichtig gedaan. Nieuwe pleister en alleen het blaaskatheter bleef nog zitten.
“Als u pijn krijgt, vraagt u meteen om pijnstilling bij de verpleging”, zei ze. “Echt doen, want u gaat het voelen. We hebben doorgeven dat u morfine mag hebben.”

Een klein half uur later kwam het bleke meisje even naar me kijken. Controleren, zou u wilt. Ze vroeg het nog een keer.
“Heeft u pijn?”
– “Eh, nee”
“Dat komt dan nog.”
Hele lieve verpleegkundige. Heel aardig, hetzelfde gevoel voor humor dan ik. Ze had een jaar of wat op Oncologie gewerkt. En dat verklaarde veel. Tumorhumor.

“Heeft u pijn?”

Rond een uur of acht belde ik voor de eerste keer gedurende deze opname de verpleging. Toen ze aan mijn bed stond zei ik; “Wist jij dat je ongeveer een keer of 16 per minuut adem haalt? Ik probeer het te reduceren naar een keer of 10. En dat gaat een tijdje goed. Maar op een gegeven moment moet je heel diep. En dat doet pij-hijn.”
Ze lachte. “Ik zou dat willen dat alle patiënten waren zoals u”, zei ze. “Niet zeuren, niet klagen en met humor vertellen dat u crepeert van de pijn. Want dat zie ik. Momentje, ik ben zo terug.”

Een paar minuten later was ze terug. Met wat pilletjes. “Oxynorm 10 mg, diclofenac en twee paracetamol”, zei ze. U mag vannacht ook bellen als u pijn heeft. Of als er iets anders aan de hand is.”

Sinds ik oraal morfine kreeg bewoog er vanalles in de kamer. De kamer draaide. Anders dan wanneer je straalbezopen bent. Het draaide een beetje om, door en over elkaar heen. Ook liep en er kleurige diertjes over de muur en het plafond. Ik probeerde wat te slapen, maar dat viel wat tegen. Want het draaide nog steeds. Ook met mijn ogen dicht. Om kwart voor zes in de ochtend begon de infuuspomp van mijn overbuurman te piepen en kwam de verpleging. Een van hen zag dat ik wakker was en vroeg of ze bij mij ook alvast de controles mochten doen. Dan hadden ze dat gehad. “Ik zal meteen het catheter eruit halen”, zei ze. Dat gaf een beetje een raar gevoel. “Straks maken we een echo van de blaas om te controleren of er geen urine in de blaas achterblijft als u geplast heeft. Rond 11 uur komt de fysiotherapeut en als daar ook alles goed is mag u vanavond naar huis. Probeer nog maar wat te slapen.” En ze legde haar hand op de mijne.
Raar gevoel, ik was bevrijd van alles. Binnen 5 dagen van meer dan 15 snoertjes, kabeltjes en slangetjes naar nul. Ook nog een oxynormpje gevraagd omdat ademen toch wel zeer deed en ingeslapen tot roomservice met koffie aan de deur stond. Eh…bed.

Na ontbijt alleen de douche in gegaan. Alleen betekent zonder infuuspaal en voor de eerste keer geplast. Onbetaalbaar gevoel…voor de rest..CZ Zorgverzekering.
Rond een uur of tien kwam de beloofde fysiotherapeute. Type Olga Commandant. Eh..Commandeur. U weet wel, van “Nederland In Beweging.” De bejaardengym iedere ochtend. Ik moest een stuk je met haar mee (hop hop) naar de trap. Trapje op en trapje af. Geen probleem, maar het deed wel zeer. Ik werd teruggebracht naar mijn bed en een half uurtje later kwam er een arts vertellen dat ik rond een uur of 17 naar huis mocht. Ook wist hij te vertellen dat het verwijderd weefsel goedaardig was en het zeer waarschijnlijk te maken had met neurofibromatose. De hechtingen kon ik laten verwijderen bij de huisarts. Volgende week.

Ik liet de verpleging weten dat ik voor de tweede keer naar het toilet was geweest en daarop werd er een echo gemaakt. Die werd goedgekeurd. geen “restschade” van het catheter. En mijn blaas was leeg, alles werkte (weer) zoals normaal. Om drie uur ‘s middags vond ik het tijd voor nog een oxy en om vijf uur kreeg ik mijn ontslagformulier, brief voor de huisarts, regels voor thuis, recepten en afspraak mee. Medicijnen opgehaald in de Radboud apotheek. Dagelijks voorschrift: 6 oxynorm van 5 mg, 3 Diclofenac van 50 mg, 6 paracetamol van 500 mg, 1 pantopropazol van 40 mg en mijn eigen Efexor van 150 mg 1 maal daags. Dan nog vrijwillig een A-Z vitaminebom en indien nodig een zakje movicolon omdat oxynorm verstopping als bijwerking zou kunnen hebben. De eerste nacht thuis was hetzelfde als in het ziekenhuis. Wakker om drie uur. Plassen… catheter…Oh fuck… geen catheter… Op tijd de badkamer bereikt…

Gelukkig liepen hier geen controlezusters rond, en gingen er geen andere toeters of bellen. Door geslapen tot half tien. Zin in koffie en een hele dosis pillen. Het enige van de dosis dat ik zelf minder is de oxynorm. Dat is te stevig spul.

Buiten is het koud. Binnen sta ik stijf van de pijnstillers. Over het algemeen is het wel Zen…

By Ton Jacobs