Inspanningstestje

I

Op vrijdagmorgen rond een uur of half elf werd ik opgehaald door een verpleegkundige van de afdeling Longgeneeskunde. “Wij gaan uw longfunctiecapaciteit testen.” zei. “Onder inspanning. Compleet met hartmonitor, zuurstofmasker en een slagaderlijk infuus waarmee we uw bloedgaswaarden kunnen meten. Loopt u maar even mee.” Dat even was iets langer dan 15 minuten. We moesten het hele ziekenhuis door. Geen probleem, even weg van de afdeling.

Aangekomen in een onderzoeksruimte waar behalve een hometrainer stond, waren er ook een aantal monitoren en wat meer apparatuur aanwezig. En ik telde drie verpleegkundigen. Allereerst werd er een slagaderlijk infuus aangelegd. Allerminst prettig gevoel. Beetje wiebelen met het naaldje en hij zat. Anderhalve meter slang zat er aan, en ook een “kraantje” waarmee het infuus open en weer dicht kon. Achter het kraantje zat niets. Vóór het kraantje zat helderrood bloed. Op mijn borst werden wat plakkers geplaatst die aangesloten werden op een monitor. Ik kreeg ook een saturatiemeter op mijn wijsvinger en ook die werd zichtbaar op de monitor. Ik mocht plaatsnemen op de hometrainer, die even werd afgesteld op mijn lengte, ik kreeg een zuurstofmasker op en ik moest daan fietsen. Probeer hem boven of op de 60 Watt te houden was de opdracht. Ik begreep nu hoe Lance Armstrong zich gevoeld moest hebben tijdens een indoor training. Of om het even welke andere wielrenner. Zonder dat ik merkte ging de weerstand omhoog en werd er steeds door het infuus bloed afgenomen dat meteen werd onderzocht op diverse bloedgassen. En ik wist, dit moet fout gaan.

Lees even mee, verpleegkundige pakt een reageerbuisje, plaatst dat aan het uiteinde van mijn infuus, draait kraantje open, buisje vol, kraantje dicht en gaat dat onderzoeken en komt weer terug. Pakt een reageerbuisje…

Inderdaad na de tiende keer, de vloer en de verpleegkundige onder het bloed. Ik leerde er een aantal scheldwoorden bij die middag. Er zit dus echt een gigantische kracht in een slagader. Zelf had nu ik het punt bereikt dat ik niet meer kon. Hoe hard ze ook “kom op, ga door, je kunt het, gaat doorrrr” aan het roepen was, dacht ik “het is wel goed zo” en stopte. Mijn infuus werd verwijderd, de plaats waar het naaldje had gezeten werd goed afgebonden, plakkers werden van mijn borst afgehaald en het zuurstof masker werd verwijderd. “Rust maar even uit, Ton,” zei ze. “Dan lopen we zo weer terug naar jouw afdeling en ben je mooi op tijd terug voordat dit ding hier begint te piepen.”

Toen ik terug kwam op de kamer was daar de etenskar, dat was mooi, want ik had best wel trek. Na een tijdje kwam de oncologe samen met nog een arts. Deze was in opleiding en zij wilde mij graag onderzoeken. Een algeheel lichamelijk onderzoek. “Geen probleem,” zei ik.
De oncologe kwam vertellen dat de test van zojuist te slecht was om voor drie chemokuren te gaan. “Het worden er vier,” zei ze.

Add comment

By Ton Jacobs