Gnathologie

G

April begon met een bezoekje aan mijn eigen tandarts. Ik was door de KNO-arts terugverwezen, en mijn tandarts zou me dan weer doorverwijzen naar een kaakchirurg had dezelfde KNO-arts voorspeld. Na een onderzoekje door de tandarts, die door te trekken aan de spieren en zo, in mijn wang, buiten- en binnenkant, constateerde hij dat daar niets mis was en ik kreeg een verwijsbrief mee voor de kaakchirurg. Dat ik in Nijmegen naar de kaakchirurg wilde vond hij vreemd. “Hier in Helmond hebben we hele goeie,” zie hij.
 – “Dat zal best, maar ik loop in het Radboudumc. Dus ga ik daar ook naar de kaakchirurg.”

Verwijsbrief mee en de poli in Nijmegen gebeld. Al vrij snel kwam er een brief met datum voor (weer) een intake op polikliniek Aangezichts- Mond- en Kaakchirurgie. De kaakchirurg dus. En na heel veel trekken en duwen aan mijn boven- en onderkaken wist hij (en 3 collegae) niet waar mijn kaakpijn vandaan kwam. Hij vermoedde dat er toch “wat” slijtage op mijn bovenkaak zat omdat ik toch wel erg “weinig” kauwelementen heb. Hij bedoelde dus dat er een soort van kerkhof in mijn mond stond. Een beetje gelijk had hij wel, want van de 32 tanden en kiezen heb ik er nog maar 17 van mezelf. En vier zijn er van kunststof. Die leg ik ‘s nachts in een bakje. De andere 15 heeft de tandenfee meegenomen. Er werd een nieuwe verwijsbrief geschreven, en die ging met mijn dossier door naar het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde, kortweg het CBT, waar ik door een gnatholoog onderzocht zou gaan worden. Alleen kon dit enkele maanden gaan duren. Wachtlijsten, weet u…

In het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde komen mensen met vreemde afwijkingen of klachten aan hun kaken en of gebit. Mensen die bij een kaakchirurg of orthdontist uitbehandeld zijn. Voor die patiënten is er een extra deur met nieuwe kansen. En dan moet je denken aan een iets extremere oplossing dan twee jaar een beugel. Fixeren hoort bijvoorbeeld ook tot mogelijkheden. Zo ook voor mij een nieuwe kans. Via de KNO-arts in het begin van het jaar terugverwezen naar mijn eigen tandarts. Die na wat onderzoek constateerde dat volgens zijn vakgebied met tanden en kiezen alles redelijk tot goed was mij doorverwees naar de kaakchirurg. En na een consult, een extra foto, èn overleg met een aantal van zijn vakgenoten een doorverwijzing naar het CBT gekregen, Yeah!

Het resultaat van die doorverwijzing was na een aantal weken een grote envelop, A4 formaat, met een redelijke dikte. De postbode was blij dat ie er vanaf was volgens mij. Inhoud, een vragenlijstje van 24 kantjes, een retour/envelop, foldermateriaal over eventuele behandelingen en wat de zorgverzekeringsmaatschappij daar van zou gaan vergoeden. En dat viel gelukkig niet tegen.

Na een hele zaterdagmiddag was de vragenlijst willens en wetens eerlijk ingevuld en kon hij op maandag retour naar Nijmegen.
Op het einde van de week kreeg ik bericht terug. Een uitnodiging en weer een nieuwe afsprakenkaartje. Nummertje 12. Elke poli in het Radboud heeft zijn eigen kaart. Da’s leuk voor de verzamelaar. Ik had nu 3 kwartetten. Of 12 verschillende kaarten van verschillende poli’s. In 2008 begonnen met één kaartje van Oncologie en na ruim 2 jaar 12 verschillende kaartjes. Daar ben ik best wel trots op….

Het CBT is een apart onderdeel van het Radboud. Niet te bereiken via Radboud Centraal, maar buitenom. Stukje verder dan poli KNO, dat was Ingang West. Wel een Radboudnummer, route 313. Nadat ik me had gemeld mocht ik naar de 5e verdieping. Da’s hoger dan het Radboud zelf.

Ik werd vrijwel meteen geroepen door een lieftallig meiske. De assistente dacht ik. Foutje, dat bleek de arts zelf te zijn. In opleiding. Dat dan weer wel, maar wel laatste jaars en ze was al (gediplomeerd) tandarts. Laatse jaars was ze in gnathologie. Een gnatholoog houdt zich bezig met de diagnostiek en behandeling van patienten met pijn en functiestoornissen van het kauwstelsel. (bron: Google)

En omdat het om tandheelkunde ging, ook hier een tandartsstoel waarin ik plaats mocht nemen. En ze wilde graag van mij horen hoe ik bij haar terercht was gekomen. En wat er allemaal was gebeurd. En dus vertelde ik haar het hele kanker-verhaal. Gewoon zoals ik dat altijd deed… Kon ze niet goed tegen.

“U vertelt het leuk”, zei ze.

– “Ik kan het ook anders vertellen”, zei ik. “Ik kan er een heel zielig verhaal van maken. Maar dat vind ik niet leuk. Het is niet leuk, dat is wel waar, maar zo maak ik het meer aanspreekbaar voor jou en voor mij.” Inderdaad..ik zei jij tegen haar. Want zo zag ze er uit. Heel jong en teer. Maar…ze was al tandarts en ze zat in haar laatste jaar als gnathologe. Tandartsopleiding duurt een jaar of zes. En een vervolgstudie als gnathologe toch ook een jaar of drie. Dus was ze 27 jaar, aangenomen dat ze met 18 geslaagd was voor het VWO en geen enkele keer gedoubleerd had. Had ik even vlug uitgerekend.

“U vertelt het leuk”, zei ze.

Natuurlijk wilde ze ook in mijn mond kijken en aan mijn kaken voelen. Want, ook zij had die foto gezien die een jaar of twee geleden van mijn gehele gebit was gemaakt en waar de afwijking op mijn rechterkaak zichtbaar was. Interessant voor haar. Dat maakte mij bijna haar afstudeerproject…
En terwijl ze echt heel lief en teder aan mijn kaken trok en vroeg of het zeer deed kon ik alleen maar zeggen dat het geen pijn deed. Integendeel…het voelde heerlijk. Beetje massage.

Ze besloot dat er een nieuwe overzichtsfoto gemaakt moest worden om te controleren of er iets veranderd was. Er werd een Röntgenschedel-profiel-foto ofwel RSP gemaakt. Deze foto wordt gemaakt om in één keer een overzicht te krijgen van alle tanden en kiezen in de boven- en onderkaak. Je staat dan in een of ander apparaat waarbij het bovenste gedeelte een paar keer om je heen draait. Nadat ze de nieuwe foto had bekeken vond ze het tijd om er een collega bij te halen. Die was er zo, en hij wilde ook weten hoe, wat en waarom en had wel humor. Dit was een “echte” gnatholoog, begin 50, vrolijk type. En hele grote handen, maatje gynaecoloog. Hij kon wel hard trekken aan mijn onderkaak, en bovenkaak en dat deed wel zeer. Ook op het punt waar de kaak aan de schedel vastzit. Ter hoogte van je oor. Dat beweegt als je je mond open en dicht doet. Ik moest mijn mond open doen en hij duwde daar hard tegenaan. Het pijn-lineaaltje ging van 3 naar 8. In een keer. Dat deed dus echt zeer. Na wat overleg was er wel een oplossing, zonder garantie en ook de zorgverzekering moest worden aangeschreven of ze dit wilde gaan vergoeden.

Want: ik bleek te knarsetanden. Dat was zichtbaar op de foto. Slijtageplekken. Geen plekjes, nee ze had het over plekken. En dat was nieuw. Had ik nog nooit gehoord, niet van mijn liefste lief en ook niet van de tandarts. Snurken doe ik wel, maar tandenknarsen? Who? Me? No, no way. Wel dus, want zoals ze het me op de foto aanwees en uitlegde zag ik het ook. Eigenlijk geloofde ik alles wat ze me vertelde.

Er werd een splint gemaakt, een soort bitje dat ik ‘s nachts moest gaan dragen en dat zou er voor zorgen dat ik niet meer kon knarsen waardoor de bovenkaak tot rust zou komen en misschien mijn pijn zou afnemen. Maar, daar gaf ze geen garantie op.



Add comment

By Ton Jacobs