Augustus 2009

A

Belangrijker was de CT-scan, alweer, die gepland stond voor 22 juli. Ook daar was ik inmiddels al ervaringsdeskundig in, met dat verschil dat ik naar de verkeerde afdeling was gelopen. Ik stond op Röntgen 2, terwijl ik nu op Röntgen 1 had moeten zijn. Macht der gewoonte zal ik maar zeggen. De CT-scan waar ik naar toe moest was die van de Spoedeisende Hulp. Daar was ik ook al een keer geweest. April vorig jaar, toen ik voor de eerste keer naar het Radboud ging. 
De CT-scan zelf gaf geen problemen, het infuus was meteen geplaatst en ook het heerlijke gevoel van een warm strand met wuivende palmbomen maakte mijn dag weer helemaal goed. Dus na een klein kwartiertje stond ik weer buiten en kon ik wachten op de uitslag die op 30 juli zou komen.

 
Op 30 juli ging ik weer op weg naar Nijmegen. Eerst even een longfoto op Röntgen 3, daarna terug naar afdeling Endocriene ziekten, want zo heet de complete polikliniek. Oncologie is daar een onderdeeltje van. Mijn favoriete vampiertje daar wilde een heel arsenaal aan buisjes en buizen gevuld hebben. Met haar lieve glimlach zag ik hoe ze de naald in mijn ader duwde en buisje voor buisje vol liet lopen. Ik begon zelf een beetje licht gevoel in mijn hoofd te krijgen. Na een buisje of acht vond ze het genoeg en kon mijn bloed richting laboratorium. Ongelofelijk dat ik hier een jaar of anderhalf zo bang voor was geweest. En bang is een understatement.

De oncologe had goed nieuws voor me. Alles was goed. Niet de meeste dingen zijn goed, maar echt alles (op haar vakgebied dan) was goed. De CT-scan liet zien dat ik nog steeds schoon was, de longfoto vertoonde geen (nieuwe) afwijkingen en ook de bloeduitslagen waren, voor zover die nu bekend waren helemaal toppie.
Mijn dossier had inmiddels een imposant formaat gekregen en opeens kreeg ik het idee om het woord “prognose” weer eens te voorschijn te halen…
“Hoe is het eigenlijk met mijn prognose? Want die was 80 tot 95%, maar toen wist de uroloog in Helmond nog niet dat ik uitzaaiingen had. Want toen hij vertelde dat er die “wat” zaten verdwenen er twee woorden. Het ene woord was “bestraling”, want dat scheen bij mij niet meer te helpen, en dat andere woord was “prognose”. Wel heb ik opgevangen dat ik ergens achteraan in Fase III zat, maar hoe was het en hoe is het nu. Ik ben inmiddels een heel jaar verder.” 
Die vraag had ze niet verwacht, of misschien had ze wel gehoopt dat ik hem nooit zou stellen, maar ze ging voor me zoeken, in mijn dossier. Daarvoor moest ze best ver terug, bijna naar het begin. Na een lange stilte kwam het antwoord, en of ik hier nou zo blij mee moest zijn. Ik had het beter helemaal niet kunnen vragen.
Mijn prognose lag rond de 7%. Gloeiende… Als ik dat geweten had was ik misschien helemaal niet aan de tyfuschemo begonnen. Vandaar dat ze me dat niet verteld had. Hoe positief ik ook ingesteld ben, zo’n getal is niet te bevatten
De maatschap Oncologie had dit ook niet verwacht, ik had bijna een etiket “Medisch wonder” op mijn dossier zitten. En ze ging verder. Omdat ik nu jaar 2 inging (dat vond ik weer op Harry Potter lijken) steeg mijn prognose met een puntje of 10. Ik zat op 20% (ongeveer) op overleving in het tweede jaar. De kans dat de hele ellende terugkomt zakte naar een procentje of 60.


Things can only get better…

Add comment