Audiologisch centrum

A

Het was tijd voor onderzoek in het Audiologisch Centrum. Zeg maar “Beter Horen”, maar dan in het groot. En dat centrum was gevestigd op de afdeling KNO, te bereiken via Radboud West.
Het zou een soort van Doe de Hoortest worden. Ik werd twee keer getest. De eerste keer gewoon, met een hoofdtelefoon op, zittend langs de audiciën, waarbij ik steeds “ja” moest zeggen als ik een piepje hoorde. Dit onderzoek leverde weinig problemen op en ook geen zichtbare afwijkingen. Wederom scoorde ik ver boven het gemiddelde voor personen van mijn leeftijd en min of meer dezelfde medische achtergrond. De voorspelling over de hoge toondoofheid bij het aangaan van de chemo-kuren was niet uitgekomen. In dat gebied was mijn gehoor zelfs meer dan uitstekend.

De tweede test was een echte gehoortest, en die vond daarom ook plaats in een geluidsdichte kamer. Ook hier weer een hoofdtelefoon en een stoel aanwezig. Ook deze keer piepjes, bromgeluidjes en meer geluiden. Deze keer kon ik wel ja zeggen, maar in een geluidsdichte heeft dat weinig tot geen nut. Dus, handje omhoog gedurende het geluid en weer laten zakken als ik niets meer hoorde.
Tijdens deze test werd gekeken waar de tolerantie-grens voor mijn hyper-acusis lag. Want daarvoor was ik hier. Het woord hyperacusis was al een paar keer gevallen, maar de diagnose was nog niet gesteld. En dan telt het niet.
Ik werd getest met diverse soorten ruis… Witte, bruine, roze en blauwe ruis.

Ik werd links en rechts tegelijkertijd getest, en daarna eerst links, daarna rechts. Ik hoefde niet aan te geven of ik de ruis kon horen, maar of de ruis zeer deed. En dat deed het. Roze ruis aan de rechter kant deed zeer, en dan bedoel ik echt zeer. Ik had de neiging om min oor dicht te duwen zodat ik dat geluid maar niet hoefde te horen. Bruine en witte ruis deden ook zeer, maar veel minder. Daarmee was bewezen dat ik overgevoelig was voor geluid. Dat kon ze ook zien trouwens. Niet alleen aan mijn reactie, maar ook op de monitor van haar computer. De curve daar die week nogal af.
Bepaalde gewone geluiden doen bij mij ontzettend zeer. Het knisperen van folie of chipsverpakkingen, het openen van een plastic verpakking, roeren in een kopje. Bepaalde geluiden op een bepaalde frequentie.
En daar had ze niet direct een oplossing voor. Het beste was om gewoon door te blijven lopen zonder hoorapparaat dat de hele dag geluid dempt. Een filter met ruis, wat voor kleur dan ook was ook niet echt een mogelijkeid. Dit kon wel, maar dan zou ik de hele dag geruis horen, en of ik daar dan zo vroljk van zou worden. Dacht het niet.

Nog een mogelijkheid, een noise-killertje in mijn oor. Zo’n geel (of oranje) dopje. Maar dat had weer als nadeel dat het al het geluid tegen ging houden, zodat ik aan de rechterkant “doof” zou zijn. Het allerbeste was om gewoon door te lopen en doen alsof er niets aan de hand was. “Misschien gaat het wel over”, zei ze. “Over een paar jaar.” De kans dat het minder zou worden was groter als ik zonder hulpmiddelen de geluiden gewoon toeliet. En eventueel mijn oor dichthouden als het echt niet te harden was.

Ik weet niet waarom, maar ik kreeg opeens een déjà vu gevoel. Ik dacht dit al eens eerder te hebben gehoord. Over een paar jaar is het misschien wel over…Met andere woorden: “Ik kan niets voor u doen. Leer er maar mee leven.” En ze kon inderdaad niets voor me doen. Overgevoelig voor geluid is lastig en hinderlijk. En bovendien doet het erg zeer. Net alsof ze een grote naald door je oor je hoofd in duwen…en een aantal keren per dag. Maar ik had nog hoop…de kaakchirurg had me doorgestuurd naar een “echte” specialist. En kaakproblemen stonden vaak in verband met een hyper-acusis. Of beter…zouden in verband kunnen staan met elkaar. Het één kon het ander veroorzaken of verergeren. Maar die afspraak was pas over een maand. En dat onderzoek moest nog beginnen. Afwachten…

Ook deze maand was de uitslag van mijn gastroscopie. Waarbij ik heerlijk ondersteund was door twee hele lieve verpleegkundigen.
Het resultaat van het onderzoek en de biopten waren naar mijn oncologe gestuurd. Bij aanvang van mijn consult had ze goed en slecht nieuws voor me. En dan kiezen we natuurlijk eerst voor het slechte nieuws…
“Er is niets te zien. Geen afwijkingen in de slokdarm, de maag en de dunne darm. Ook de biopten vertoonden geen afwijkingen. Alleen heeft u een overschot aan maagzuur, maar daar hoeft u niets van te merken. Bovendien gebruikt u daar al medicatie voor.” 
Zo slecht vond ik dat slechte nieuws niet. Goed, er waren geen schokkende afwijkingen, maar het had heel veel slechter kunnen zijn.
– “En eh…het goede nieuws?”
“Er is niets te zien. Geen afwijkingen in de slokdarm, de maag en de dunne darm. Ook de biopten vertoonden geen afwijkingen. Alleen heeft u een overschot aan maagzuur, maar daar hoeft u niets van te merken. Bovendien gebruikt u daar al medicatie voor .” 

En daar was het weer, déjà vu…alleen leek het nu heel dichtbij. Soort echo…
Dus dat was ook goed nieuws. Ik mocht een tijdje doorgaan met de maagzuurremmers en na een tijdje een aantal weken stoppen om te kijken wat er zou gaan gebeuren. Of de pijn terugkwam.
Door al dit geklooi waren mijn normale controles een beetje in het gedrang gekomen. Of anders, er was helemaal niet meer gecontroleerd of mijn remissie wel aanhield. Voorstel was dan ook om in augustus de controles weer op te pakken. Ook werd er nog één keer een thorax-foto gemaakt. Eigenlijk waren die altijd goed, want als de foto van augustus langs die van april werd gelegd was het “zoek de verschillen”, maar belangrijker was het aantal röntgenfoto’s die de laatste twee jaar van me gemaakt waren. En dat waren er veel, heel veel. “Het risico dat u binnenkort groenachtig licht gaat geven is aanwezig…”

Add comment