2009

2

Belangrijk was de CT-scan, alweer, die gepland stond voor 22 juli. Ook daar was ik inmiddels al ervaringsdeskundig in, met dat verschil dat ik naar de verkeerde afdeling was gelopen. Ik stond op Röntgen 3, terwijl ik nu op Röntgen 1 had moeten zijn. Macht der gewoonte zal ik maar zeggen. De CT-scan waar ik naar toe moest was die van de Spoedeisende Hulp. Daar was ik ook al een keer geweest. April vorig jaar, toen ik voor de eerste keer naar het Radboud ging. 
De CT-scan zelf gaf geen problemen, het infuus was meteen geplaatst en ook het heerlijke gevoel van een warm strand met wuivende palmbomen maakte mijn dag weer helemaal goed. Dus na een klein kwartiertje stond ik weer buiten en kon ik wachten op de uitslag die op 30 juli zou komen.
 
Eerst even een longfoto op Röntgen 3, daarna terug naar afdeling Endocriene ziekten, want zo heet de complete polikliniek. Oncologie is daar een onderdeeltje van. Mijn favoriete vampiertje daar wilde een heel arsenaal aan buisjes en buizen gevuld hebben. Met haar lieve glimlach zag ik hoe ze de naald in mijn ader duwde en buisje voor buisje vol liet lopen. Ik begon zelf een beetje licht gevoel in mijn hoofd te krijgen. Na een buisje of acht vond ze het genoeg en kon mijn bloed richting laboratorium. Ongelofelijk dat ik hier een jaar of anderhalf geleden zo bang voor was geweest. En bang is een understatement.

De oncoloog had goed nieuws voor me. Alles was goed. Niet de meeste dingen zijn goed, maar echt alles (op haar vakgebied dan) was goed. De CT-scan liet zien dat ik nog steeds schoon was, de longfoto vertoonde geen (nieuwe) afwijkingen en ook de bloeduitslagen waren, voor zover die nu bekend waren, helemaal toppie.

De maatschap Oncologie had dit niet verwacht, ik had bijna een etiket “Medisch wonder” op mijn dossier zitten. En ze ging verder. Omdat ik nu jaar 2 inging (dat vond ik weer wat op Harry Potter lijken) steeg mijn prognose met een puntje of 10. Ik zat op 20% (ongeveer) op overleving in het tweede jaar. De kans dat de hele ellende terugkomt zakte naar een procentje of 60.


Things can only get better…

By Ton Jacobs